Post | September 2019 | 2 min lezen

Donutbedrijven voor de jeugd

Door Fabian Dekker
Fabian Dekker

De Nieuwe Poort duikt in de wereld van jeugdwerkloosheid. Samen met wetenschappers, opiniemakers én jongeren zelf onderzoeken we de problemen, de oorzaken en de kansen. Voor een reeks prikkelende blogs vroegen we jeugdwerkloosheidsonderzoeker Fabian Dekker om ons een kijkje te geven in zijn vakgebied. Wat gaat er goed? Wat gaat er mis? En misschien nog wel het belangrijkste: hoe veranderen we het?


Nederland kent de minst inclusieve arbeidsmarkt van Europa. Nergens zijn de verschillen in participatiecijfers tussen mensen mét een beperking en mensen zónder handicap zo groot als in Nederland. Dit blijkt uit cijfers van het UWV van vorig jaar. Ook het zogenaamde 125.000-banenplan voor arbeidsbeperkten komt maar mondjesmaat van de grond, en dan in het bijzonder bij de overheid. Eigenlijk te gek voor woorden. De economie trekt aan, er zijn grote tekorten in verschillende sectoren van de economie en tegelijkertijd staan groepen mensen met achterstand structureel aan de kant!


Natuurlijk zetten beleidsmakers alles in het werk om banen te scheppen, ook voor jongeren met een beperking. Maar wordt er wel aan de juiste knoppen gedraaid? Recent toonde onderzoeksbureau SEO aan dat onder invloed van de Participatiewet meer jonggehandicapten aan de slag zijn gegaan. Een mooi resultaat, zou je denken. Maar bij nader inzien vraag ik het me toch af. De uitkering is in de Participatiewet namelijk verlaagd, waardoor je ook wel móet participeren. Thuiszitten is geen optie, of het nu gaat om een kwalitatief goede en duurzame baan of niet. In de literatuur over dit onderwerp heeft men het over de inzet van de stok in plaats van een wortel. Oftewel: dreigen met een lagere uitkering werkt om mensen weer aan het werk te krijgen.


Maar zou het niet veel mooier zijn wanneer we de nadruk gaan leggen op positieve prikkels, in plaats van op sanctionering als beleidsinstrument? Ik moet daar steeds vaker aan denken na het lezen van het (inmiddels beroemde) boek ‘De donuteconomie’ van Kate Raworth. Met dit boek wil Raworth lezers hun bewustzijn vergroten dat economische groei vroeg of laat gaat stuiten op ecologische grenzen. Wat volgens de Britse econome nodig is, zijn bedrijven die het milieu niet als kostenpost beschouwen maar in plaats daarvan werk maken van een circulair economisch model, waarbij zij nieuwe vormen van waarde nastreven. Eenzelfde gedachtegang geldt voor de arbeidsmarkt. We hebben bedrijven nodig die hun maatschappelijke aandeel leveren door in te zetten op inclusiviteit van mensen met een afstand tot werk, al dan niet vanuit het oogpunt van hun corporate social responsibility.


Nu hoor ik een (kleinere) werkgever al denken: ‘Ja, dat klinkt allemaal wel mooi, maar wat levert het me op?’ Wel, dat is simpel. Los van de voor de hand liggende moreel-ethische motieven, laat onderzoek zien dat diversiteit op de werkvloer werkt. Nieuwe ideeën worden sneller uitgewisseld, sociaal kapitaal komt tot wasdom en, mits goed aangestuurd door het management, blijkt uiteindelijk uit het algehele bedrijfspresteren: het loont! Uit de HR-literatuur is bekend dat het de managers zijn die als ambassadeurs deze manier van denken ‘tot leven’ kunnen brengen. Dus ik zou zeggen: enthousiasmeer je collega’s, kom in beweging en creëer je eigen donutbedrijf voor de jeugd!